Twee studenten van Wageningen Universiteit hebben het project Natuur in de Wijk in Den Bosch, Schijndel en Oss geëvalueerd. Zij waren erg blij bij velen van u thuis langs te mogen komen, om naar uw nestkastjes te kijken en u te interviewen over het project. Onderstaand verslag van hun bevindingen.

 

Wie hebben er meegedaan?

Totaal zijn er aan 179 personen huismus- en gierzwaluwkasten uitgedeeld, en met 132 deelnemers hebben de studenten contact gehad. Bijna iedereen is enthousiast over het project. De meesten vinden het vooral leuk dat er op deze manier weer meer natuur in de wijk gebracht wordt en hopen meer vogels te zien. Voor sommigen is het ook een goede stimulans om actiever bezig te zijn met natuur.

We hadden daarnaast het voorrecht om bij verschillenden van u thuis langs te komen, regelmatig onder het genot van wat fris of water, en zelfs een keer met gebak.

 

Wat wij ontdekten is dat de gemiddelde deelnemer 50 jaar oud is, van de natuur houdt en de eigen vogelkennis een 5 geeft op een schaal van 1-10. Maar bij lang niet iedereen paste dit plaatje: de interesse voor de natuur bleek gedeeld door bewoners met een grote variatie aan achtergronden en leeftijden. Onze jongste geïnterviewde was een 14-jarige die zijn ouders enthousiast gemaakt had voor het project. Het viel wel op dat maar een klein deel van de deelnemers jonger was dan 40.

 

 

Stadsbewoners en hun omgeving

Tijdens het interview vroegen wij iedereen om ook aan te geven of het project invloed had gehad op hoe ze keken naar de vogels en de natuur in hun tuin en in hun wijk. Voor veel mensen was het al vanzelfsprekend om naar de vogels en de natuur in hun omgeving te kijken; het project was voor hen vooral een optie om wat meer van die natuur hun tuin in te brengen. Toch gaf ⅔ aan dat ze meer zijn gaan kijken naar de vogels in hun tuin dankzij het project, en meer dan de helft gaf aan dat ze nu ook buiten hun eigen tuin meer op natuur en vogels letten. Een van de deelnemers vertelde ons dat ze dankzij het project nu het verschil tussen een pimpelmees en een koolmees wist.

 

Wat vond u van het project?

In Den Bosch, waar een groot deel van de nestkasten verspreid is door buren, gaven sommige ook aan dat het project bij droeg aan de samenhorigheid in de buurt. Zo hangen er in de Korte Tuinstraat verschillende nestkastjes die door kinderen uit de straat mooi versierd zijn. Ook in Schijndel werden kinderen betrokken bij de nestkastjes, doordat een groot deel van de verspreiding via scholen gegaan is, en dit werd ook op prijs gesteld, alhoewel het uitdelen vanuit de school niet altijd even soepel verliep. Verschillende deelnemers waren ook blij dat wij langs kwamen om navolging te geven aan het project, en ook de nieuwsbrief kreeg complimenten.

 

Een beetje lastig

Er waren echter ook kanten van het project die wat minder soepel verliepen, en waar ruimte is voor verbetering. Zo werd door bijna 10% van de deelnemers aangegeven dat de ophanginstructies misten of onduidelijk waren. Er wordt nu extra opgelet dat er consistent ophanginstructies met de nestkasten meegeleverd worden. Verder gaf 15% aan dat er iets mis was gegaan bij de levering, door slechte afspraken of omdat verkeerde kasten geleverd waren. Een paar adressen hadden zelfs nog niets ontvangen. Gelukkig hebben wij die adressen voor een groot deel kunnen voorzien van kasten die elders overtollig waren. We hebben ook wat nuttige tips gekregen om het bereik van het project te vergroten, door bijvoorbeeld meer gebruik te maken van contacten tussen buren. Als laatste was er vraag naar informatie over allerlei onderwerpen, waar we met deze nieuwsbrief deels antwoord op proberen te geven. Op het moment is Natuur in de Wijk ook actief aan het uitdelen in Tilburg en Breda, en de tips die we ontvangen hebben tijdens de interviews worden hierbij meegenomen.

Graag bedanken we u nogmaals voor alle feedback, waarmee we toekomstige projecten kunnen verbeteren!

 

Nestkast bewoning: Huismussen (en andere kleine vogeltjes)

In totaal hebben we op bijna 80 adressen ruim 200 nestkasten kunnen bekijken. Bijna de helft van u bleek ook eigen kastjes in de tuin te hebben, dit is erg leuk om te zien. Bij één op de drie adressen broedde er een vogel in één van de nestkasten, vooral kool- en pimpelmeesjes. We hebben maar twee nestkastjes gevonden waar huismussen een nestje hadden, maar hoorden wel zingende mannetjes in de wijk. Dat betekent dat ze wel in de omgeving broeden! We hebben ook een paar nestkasten met hommels gevonden.

Wat we ook zagen is dat degenen die al een eigen nestkastje hadden hangen, ook vaker bijvoeren en vaker een vogelbad hebben. Dat kan natuurlijk ook een reden zijn voor vogels om naar die tuinen te komen. Daarnaast waren de tuinen waar de vogels wel in broeden gemiddeld groener dan de tuinen waar nog geen nestjes waren. Dit zijn zeker dingen om vogels naar de tuin te lokken.

 

Waarom verdwijnt de huismus?

Omdat de huismussen wel broeden in de wijk, maar niet in de nestkasten, is een voorlopige conclusie uit ons onderzoek dat er geen tekort is aan nestgelegenheid voor de huismussen.

Uit onderzoek blijkt dat een gebrek aan goede kwaliteit voedsel voor de jongen vaak een belangrijk probleem is. Hierdoor redden minder kuikentjes het tot uitvliegen, en de jongen die wel uitvliegen zijn wat magerder en hebben minder kans het tot volwassen vogel te redden. Goede kwaliteit voedsel voor huismus jongen zijn insecten met veel eiwitten, zoals larven, spinnen en rupsen. In steden zijn deze moeilijker te vinden dan op het platteland, en dit maakt het lastig voor de huismussen. Het kan de vogels al helpen als insectenhotels worden ophangen of (bij voorkeur inheemse) bloemen en planten in de tuin worden gezet.

 

Nestkast bewoning: Gierzwaluwen

Voor de gierzwaluwen zijn verschillende nestkasten uitgedeeld aan particulieren, maar ook Brabant Wonen heeft fors bijgedragen door aan verschillende flats en andere hoge gebouwen in Den Bosch, Oss en Schijndel grote gierzwaluw- of vleermuiskasten op te hangen. Alhoewel het lastiger te zeggen is dan bij huismussen, denken we dat de meeste gierzwaluwkasten op het moment nog onbezet zijn. Dit is geen reden voor zorgen. Gierzwaluwen doen er vaak erg lang over voor ze besluiten om ergens te gaan broeden, en nestkasten staan vaker eerst een paar jaar leeg. Daarnaast hebben we dichtbij verschillende nestkasten wel laagvliegende gierzwaluwen gezien, wat een indicatie is dat ze daar in de buurt broeden. Dat is bij gierzwaluwen een goed teken omdat ze graag dicht in de buurt van soortgenoten broeden.

 

 

Ophangen…

Het ophangen van de gierzwaluwkasten is wat lastiger dan de huismuskasten.

De kasten zijn een stuk groter dan de huismuskasten, omdat gierzwaluw jongen al in het nest wat oefenen met hun vleugels. Nadat ze zijn uitgevlogen komen de jonge gierzwaluwen niet meer in het nest terug. Qua ophanglocatie is het belangrijk dat de gierzwaluwkasten tenminste 4 meter boven de grond hangen, en dat er niets onder de kast zit. Dit is omdat gierzwaluwen zich gewoon uit het nest laten vallen, en dan tijdens hun vrije val wegvliegen. Hierdoor kunnen ze meer snelheid maken, wat de kans om gepakt te worden door een roofvogel verkleint. Verder is het ook belangrijk dat de kast niet in de volle zon hangt, omdat het dan te heet wordt voor de jongen in de kast. Het is ook goed als er een vrije aanvliegroute is naar de kast toe, wat ook het ontdekken van de kast bevordert. Als laatste helpt het om meerdere gierzwaluwkasten bij elkaar op te hangen, als u die mogelijkheid heeft.

 

…kijken en luisteren

Kijk dus of ze bij u in de buurt voorkomen, door op mooie zomeravonden door de wijk te lopen en goed de lucht in de gaten te houden en te luisteren. In de schemering voor zonsondergang maken de gierzwaluwen duikvluchten de wijk in, om vervolgens laag over de daken te scheren en weer op te stijgen, elkaar najagend met indrukwekkende lucht acrobatiek. Soms vliegen ze vlak over uw hoofd heen, of kunt u ze zien wegschieten onder een dakgoot. Terwijl ze zo aan het vliegen zijn roepen ze naar elkaar met een hoog ‘skrie’ geluid.

 

Dank voor het meedoen

Al met al is het project goed bevallen bij de deelnemers, en zijn veel verschillende mensen met het project bereikt en iedereen gaf aan een volgende keer nogmaals mee te willen doen!

Wij waren verrast door onverwachte gasten die onze hulp ook kunnen gebruiken: de steenhommels. U kunt de vogels verder helpen door insecten in uw tuin te stimuleren met inheemse planten en insectenhotels.

Als laatste hebben we hier nog een link naar een kaart waarop te zien is welke huisjes er bij u in buurt bewoond waren, en door wie:

https://www.google.com/maps/d/edit?mid=1yWudF1DrfIjG1B4De0SvuG3PZVg

 

Graag bedanken we u nogmaals voor alle feedback, waarmee we toekomstige projecten kunnen verbeteren!

 

En Natuur in de Wijk bedankt Nelleke Buitendijk en Hidde Hofhuis voor hun grote betrokkenheid en inzet!

Tips en opmerkingen n.a.v. dit project? Blijf ze sturen naar info@natuurindewijk.nl