Huismus: Laat hem zich thuisvoelen

De huismus is zo’n vogel die bijna iedereen kent. Grote kans dat je ze weleens druk hoort tjilpen in een haag of onder een dakgoot. Huismussen leven namelijk graag dicht bij mensen. Je ziet ze veel in woonwijken, op boerderijen en in tuinen. Het zijn echte gezelschapsdieren: ze leven bijna altijd in groepjes en zoeken samen naar voedsel en beschutting. Net als de koolmees blijft de huismus het hele jaar in Nederland. Ook in de winter blijven ze dus gewoon in de buurt.

Huismussen houden van plekken waar veel groen en schuilmogelijkheden zijn. Denk aan heggen, struiken, klimop en rommelige hoekjes in de tuin. Daar voelen ze zich veilig. Helaas heeft de huismus het tegenwoordig moeilijker dan vroeger. Door versteende tuinen en het verdwijnen van nestplekken zijn er minder plekken om te wonen en voedsel te vinden. Vooral jonge huismussen hebben veel insecten nodig om groot te worden. Daarom zijn bloemen en planten die insecten aantrekken erg belangrijk.

Hun nesten maken huismussen graag onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen of in speciale nestkasten. Ze broeden het liefst dicht bij andere huismussen, soms zelfs met meerdere nesten naast elkaar. Wil je huismussen helpen? Zorg dan voor een groene tuin met dichte struiken, bloeiende planten en wat rommelige plekjes waar insecten kunnen leven. Met een beetje geluk hoor je dan al snel vrolijk getjilp vanuit je eigen tuin.

Wil jij de huismus helpen? Bekijk dan hieronder de ophanginstructies voor de huismuskast.

mus2

Ophanginstructie huismuskast

  • Hang de huismuskast op een rustige plek, minimaal 3 meter boven de grond.
  • Hang de invliegopening het liefst naar het noorden, noordoosten of oosten. Zo hangt de kast niet in de volle zon en is deze beter beschut tegen wind en regen.
  • Een plek onder een dakrand is ideaal voor een huismuskast.
  • Huismussen broeden graag dicht bij elkaar. Hang daarom meerdere nestkasten op, bijvoorbeeld ook bij de buren.
  • Houd tussen nestkasten minimaal 50 centimeter afstand.
  • Zorg ervoor dat er binnen ongeveer 2 meter voor de invliegopening geen takken of andere obstakels hangen, zodat de vogels makkelijk in en uit kunnen vliegen.
  • Struiken of heggen in de buurt van de nestkast geven jonge huismussen beschutting en bescherming tegen roofdieren.
  • Verplaats de nestkast als deze na twee jaar nog niet bewoond is geweest.

Onderhoud

Je hoeft de kast maar één keer per jaar schoon te maken. In het najaar haal je het nestmateriaal uit de kast en borstel je 'm schoon met kokend water. 

En verder?

Onze bekende vriend ontvangt in koude perioden graag een beetje hulp. Je kunt ze bijvoorbeeld bijvoeren met vetbollen, ongebrande en ongezouten pinda’s of zonnebloempitten. Ook met een schaaltje water zijn ze geholpen, om te drinken en te badderen. Voeg aan het water geen zout of suiker toe om bevriezing tegen te gaan. Dat is niet goed voor de vogels!

huismuskast
© Orbis natuur | landschap | klimaat